|
I. Brouwproces
In onze brouwzaal werken we met twee nieuwe inox kuipen (roerkuip en filtratiekuip) in verbinding met onze twee oude koperen ketels (die uit 1920 dateren).
De verwarmingstechniek “ à feu nu” of “naakte vlam”, met gasbrander, voor de twee koperen ketels, getuigen van het traditioneel karakter van onze brouwerij en onze producten.
In de roerkuip mengen wij fijngemalen gerstmout met eigen putwater (zuiver water wordt door ons 65 meter diep opgepompt, vanuit de tuin van de brouwerij).
Gerstmout betrekken we uit een andere tak: de moutindustrie. Tijdens het mouten ondergaat de gerst een eerste kiemproces, om enzymen vrij te maken en ze te laten drogen op hoge temperatuur :
-80° C voor een pilsmout ( blonde bieren)
-100° - 130° C voor donkere mout ( bruine bieren)
In de stortketel wordt dit mengsel opgewarmd tot 72° C om het omzetten van zetmeel in suikers te doen plaatshebben.
Eenmaal de omzetting in suikers is gebeurd, wordt het mengsel overgepompt naar de filterkuip. Hier gaan we de wort (gesuikerd sap) scheiden van de resterende graandeeltjes (draf).
De wort brengen we over naar de kookketel.
Deze eerste wort is zeer dik (suikerrijk), daarom wordt de draf meerdere keren gewassen met heet water om zoveel mogelijk wortresidu te recupereren.
Na het pompen van de wort in de kookketel wordt deze aan de kook gebracht door middel van een zeer oude techniek, namelijk « chauffage à feu nu » of « verwarming met naakte vlam ». Dit betekent dat de wand van de kookketel in direct contact komt met de vlam waardoor een deel van het keteloppervlak tot meer dan 110° C wordt verhit. Hierdoor ontstaat een lichte karamelisering van de suikers en leidt tot specifieke stromingen in de ketel. Tijdens het koken voegen we hop toe die de bitterheid en typische aroma’s aan het eindproduct geeft.
Na 1h 30 koken wordt de wort naar de gisttank gepompt. Het volume van 1 brouwsel bedraagt 55 – 60 hectoliters.
|
|
|
|